Misschien heeft je huisarts gevraagd om thuis je bloeddruk te meten, of wil je weten hoe je waarden zich ontwikkelen. Een goede meting begint niet bij het indrukken van de knop, maar bij de juiste meter, rust en een passende houding. Ook is het belangrijk een enkele uitslag niet meteen als een diagnose te zien. Hieronder lees je hoe je thuis meet, wanneer je verschillende meetmethoden kunt gebruiken en hoe je uitslagen bijhoudt. Bij klachten of aanhoudend afwijkende waarden overleg je met je huisarts.
Waarom kan thuis meten nuttig zijn?
Een bloeddrukmeting is een momentopname. De druk in je bloedvaten kan tijdelijk hoger zijn na bewegen, bij stress of door spanning tijdens een afspraak. Thuis meten kan daarom aanvullende informatie geven, bijvoorbeeld als uitslagen in de spreekkamer wisselen of als je zorgverlener het effect van een behandeling wil volgen. Zelf meten vervangt het overleg met je huisarts niet. Spreek vooraf af wanneer en hoe lang je meet, en op welke manier je de uitslagen deelt.
De bloeddruk bestaat uit twee getallen, uitgedrukt in millimeter kwik (mmHg). Het eerste getal is de bovendruk: die ontstaat wanneer het hart samentrekt. Het tweede is de onderdruk, wanneer het hart ontspant. De waarden kunnen van meting tot meting verschillen; daarom kijk je bij thuismetingen doorgaans naar een gemiddelde, niet naar één uitslag. Informatie over gezondheid en preventie vind je ook in de rubriek Gezondheid.
Welke meter en meetmethode kies je?
Kies bij voorkeur een automatische bloeddrukmeter met een manchet, de opblaasbare band, voor de bovenarm. Volgens Thuisarts meet een polsmeter minder goed en is een smartwatch hiervoor niet geschikt. De Hartstichting adviseert eveneens een bovenarmmeter; op de pagina over een bloeddrukmeter kiezen wijst zij op een onafhankelijke lijst om de betrouwbaarheid van apparaten te controleren. Controleer bovendien of de manchet past bij de omtrek van je bovenarm en lees de gebruiksaanwijzing.
Een thuismeting en een 24-uursmeting zijn niet hetzelfde. Bij thuis meten gebruik je zelf een apparaat op afgesproken momenten. Een 24-uursmeting wordt door een zorgverlener geregeld: een draagbaar apparaat meet automatisch verspreid over dag en nacht. Welke methode nuttig is, hangt af van de vraag van je huisarts. Leen je een meter of koop je er een, neem hem dan zo mogelijk mee naar een afspraak. Je zorgverlener kan dan meekijken of je de band goed plaatst en de meting juist uitvoert.
Hoe meet je thuis stap voor stap?
Een vaste routine maakt je metingen beter vergelijkbaar. De Hartstichting adviseert om in het halfuur vóór de meting niet te roken, geen koffie te drinken en je niet zwaar in te spannen. Ga vervolgens minstens vijf minuten rustig zitten. Thuisarts adviseert ook om in die periode geen andere cafeïnehoudende drank te drinken. Volg daarnaast de persoonlijke aanwijzingen van je huisarts.
- Ga rechtop zitten op een stoel met je rug tegen de leuning en je voeten naast elkaar plat op de grond. Praat niet tijdens het rusten of meten.
- Ontbloot je bovenarm en plaats de manchet volgens de gebruiksaanwijzing. Gebruik de arm die je huisarts heeft aangegeven; bij afgesproken thuismetingen is dat steeds dezelfde arm.
- Ondersteun je arm ontspannen op tafel of op een leuning, ongeveer ter hoogte van je hart. Houd je arm stil.
- Start de meting en noteer de bovendruk, onderdruk en hartslag die het apparaat aangeeft.
- Wacht twee minuten en meet opnieuw. Noteer ook de tweede uitslag. Sommige apparaten voeren herhaalmetingen automatisch uit; controleer de instructies van jouw meter.
De vijf stappen voor thuis meten zijn ook beschreven door de Hartstichting. De details uit die instructies en het meetplan van je huisarts kunnen verschillen; houd voor jouw situatie de afspraken met je zorgverlener aan.
Hoe houd je metingen bij en beoordeel je het gemiddelde?
Schrijf per meting de datum, het tijdstip, beide bloeddrukgetallen en de hartslag op. Noteer ook bijzonderheden die de uitslag kunnen helpen verklaren, zoals dat je net hebt gefietst of je niet lekker voelde. Gebruik een schrift, digitaal overzicht of de geheugenfunctie van de meter. Een overzicht voorkomt dat je achteraf losse cijfers uit je geheugen moet reconstrueren.
Als je huisarts een week meten adviseert, kan het afgesproken schema bestaan uit meten vóór het ontbijt en ongeveer twee uur na het avondeten. Meet op elk moment tweemaal, met twee minuten ertussen. Dat levert in zeven dagen 28 metingen op. Volg dit schema alleen wanneer het met je zorgverlener is afgesproken: in andere situaties kan een ander aantal of tijdstip passend zijn.
Voor het gemiddelde tel je de bovendrukken bij elkaar op en deel je door het aantal metingen. Doe hetzelfde afzonderlijk voor de onderdrukken. Thuisarts noemt voor een gemiddelde thuismeting een bovendruk lager dan 135 mmHg als goed voor mensen jonger dan 70 jaar. Vanaf 70 jaar noemt Thuisarts een gemiddelde bovendruk lager dan 145 mmHg; voor die leeftijdsgroep noemt de pagina ook een gemiddelde onderdruk van 65 mmHg of hoger als goed. Dit zijn de grenzen uit de betreffende Thuisarts-informatie, geen zelfstandige diagnose. Je persoonlijke situatie en afspraken met je huisarts blijven belangrijk.
Een eenmalig hoge waarde, bijvoorbeeld een bovendruk van 160 mmHg of een onderdruk van 100 mmHg, kan bij een volgende meting lager zijn. Thuisarts adviseert bij zo’n losse hoge meting later nog eens te meten. Blijft de uitslag afwijkend, volg dan het afgesproken meetplan en bespreek het gemiddelde met je huisarts. Verander je medicatie niet op basis van een losse of gemiddelde thuismeting.
Wanneer neem je contact op met een zorgverlener?
Neem contact op met je huisarts als je gemiddelde thuismetingen boven de grens liggen die voor jou is afgesproken. Volgens Thuisarts geldt als algemene grens voor het gemiddelde thuis een bovendruk vanaf 135 mmHg onder de 70 jaar, en vanaf 145 mmHg vanaf 70 jaar. De aanwijzing voor contact kan afhangen van je leeftijd, klachten, eerdere waarden en behandelafspraken; gebruik deze getallen dus niet om zelf een diagnose te stellen.
Een bovendruk van 180 mmHg of hoger verdient extra aandacht. Thuisarts maakt onderscheid tussen een hoge uitslag met klachten en een hoge uitslag zonder klachten. Bij een bovendruk boven 180 mmHg met bijvoorbeeld hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid of slechter zien, bel je direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost. Is de bovendruk herhaaldelijk 180 mmHg of hoger maar heb je geen klachten, neem dan volgens de aanwijzingen van Thuisarts contact op met je huisarts op werkdagen. Bij waarden boven 200 mmHg die hoger zijn dan gebruikelijk en de rest van de dag zo hoog blijven, is direct contact nodig. Volg bij twijfel de persoonlijke instructies van je huisarts.
Bel 112 bij pijn op de borst, plotselinge hevige pijn tussen de schouders, ernstige benauwdheid, een plotseling verlamde arm of been, een scheve mond of plotselinge problemen met praten. Wacht bij zulke alarmsymptomen niet op een nieuwe thuismeting. Een lage uitslag kan ook reden zijn om contact te zoeken: Thuisarts noemt een bovendruk lager dan 90 mmHg die veel lager is dan je gewend bent als reden om direct je huisarts of huisartsen-spoedpost te bellen.
Houd je meetdagboek bij en neem het mee naar de volgende afspraak. Bespreek wanneer je opnieuw moet meten en hoe je waarden doorgeeft. Bloeddruk is één onderdeel van gezondheid; ook andere onderwerpen rond preventie, zoals aandacht voor darmgezondheid, hebben hun eigen vragen en aanpak.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet ik mijn bloeddruk thuis meten?
Volg het schema dat je met je huisarts of praktijkondersteuner hebt afgesproken. Vaak wordt gevraagd om gedurende een week ’s ochtends en ’s avonds te meten, telkens tweemaal met twee minuten ertussen. Bij een stabiele uitslag kan een ander schema gelden. Meet niet steeds extra uit ongerustheid: bespreek vooraf hoe vaak je moet meten en wanneer je de waarden doorgeeft.
Is een polsmeter geschikt om mijn bloeddruk te meten?
Een meter met een band om de bovenarm heeft de voorkeur. Thuisarts waarschuwt dat een polsmeter minder goed meet en dat een smartwatch geen vervanging is voor een bloeddrukmeter. Als je bovenarmmeten niet kunt uitvoeren, overleg dan met je huisarts welke methode voor jou geschikt is. Laat ook zien hoe je de band aanbrengt.
Wat moet ik doen als één meting hoog uitvalt?
Ga niet af op één hoge uitslag. Blijf rustig zitten en meet later opnieuw volgens de afgesproken werkwijze. Is de waarde herhaaldelijk hoger dan normaal voor jou, houd dan de afgesproken meetperiode aan en neem contact op met je huisarts wanneer de gemiddelde waarde boven de met jou afgesproken grens blijft. Bij hoge waarden met klachten gelden andere, dringender adviezen.
Moet ik stoppen met mijn bloeddrukmedicijnen als mijn waarden goed zijn?
Nee. Goede thuiswaarden zijn geen reden om zelf medicatie te stoppen of de dosis te veranderen. Blijf je medicijnen gebruiken zoals voorgeschreven en bespreek je meetdagboek met je huisarts of praktijkondersteuner. Die kan de waarden beoordelen in samenhang met je gezondheid en behandelafspraken.



