Een lage bloeddruk is niet automatisch een probleem. Sommige mensen hebben van nature lage waarden zonder klachten; bij anderen gaat de bloeddrukdaling samen met duizeligheid, wazig zien of flauwvallen. Vooral het moment waarop de klachten ontstaan en hoe vaak ze terugkomen, helpt bepalen wat je kunt doen. Hieronder lees je hoe je veilig reageert, welke gewoonten soms verlichting geven en wanneer overleg met een huisarts nodig is. Pas algemene drinkadviezen niet zomaar toe als je vanwege een aandoening vocht moet beperken.

Wat kun je meteen doen als je duizelig wordt?

Stop met lopen zodra je merkt dat je licht in je hoofd wordt of wazig gaat zien. Ga zitten of liggen op een veilige plek, zodat je niet valt. Als je ligt en je voelt je weer beter, kom dan niet in één keer overeind. Ga eerst rustig zitten en wacht even. Sta daarna pas op als dat goed voelt, en houd zo nodig een stevig meubel of leuning vast.

Word je duizelig zodra je opstaat, maar ben je verder niet ernstig ziek? Thuisarts adviseert om na het liggen eerst te gaan zitten, even te wachten en dan pas te staan. Warmte kan klachten uitlokken of versterken: wees daarom extra voorzichtig na een warm bad of saunabezoek. Als de duizeligheid terugkomt, ga dan opnieuw zitten in plaats van door te lopen.

Sommige mensen merken klachten tijdens lang stilstaan. Je kunt dan proberen je beenspieren aan te spannen, bijvoorbeeld door je benen tegen elkaar te drukken. Ook je benen of billen aanspannen kan helpen om het gevoel van lichtheid in je hoofd op dat moment te verminderen. Het is geen vervanging voor beoordeling door een zorgverlener als je vaak klachten hebt.

Wanneer is een lage bloeddruk een reden tot zorg?

Een lage bloeddruk hoeft niet behandeld te worden als je je goed voelt. Thuisarts noemt voor de meeste mensen een bovendruk onder 90 of een onderdruk onder 60 als waarden waarbij er sprake kan zijn van een te lage bloeddruk. Maar de grens verschilt per persoon: sommige mensen hebben rond 90/60 geen klachten, terwijl anderen al bij een hogere waarde duizelig worden. Kijk dus niet alleen naar een meetgetal.

Klachten die kunnen voorkomen zijn duizeligheid, een licht gevoel in je hoofd, zwarte vlekken of wazig zien, misselijkheid, zweten en flauwvallen. Ze kunnen vooral ontstaan wanneer je overeind komt. Bij ouderen kunnen wankel lopen en vallen ook een rol spelen. De Hartstichting beschrijft dat de klachten per persoon verschillen en dat een lage bloeddruk ook zonder klachten kan voorkomen.

Probeer voor jezelf bij te houden wanneer het gebeurt: bijvoorbeeld direct na opstaan, na lang staan, bij warm weer, na een maaltijd of tijdens ziekte. Noteer ook of je bent gevallen of bijna bent flauwgevallen. Zo’n overzicht kan een huisarts helpen om je situatie te beoordelen. Je vindt meer informatie over gezondheid in de rubriek gezondheid.

Welke gewoonten kunnen klachten verminderen?

Rustig overeind komen is een praktische eerste stap. Beweeg daarnaast regelmatig als dat voor jou haalbaar is en probeer overdag niet onnodig lang in bed te blijven. Thuisarts noemt wandelen of fietsen als voorbeelden en adviseert om bij klachten rond het opstaan de beenspieren te gebruiken. Beweeg binnen je mogelijkheden; als je bang bent om te vallen, vraag dan advies aan je huisarts.

Voldoende drinken kan helpen wanneer je vocht verliest, bijvoorbeeld door diarree, overgeven, zweten of warm weer. Thuisarts noemt ongeveer 1,5 liter per dag als algemene hoeveelheid en geeft aan dat er in zulke omstandigheden meer nodig kan zijn. Dat is geen passend advies voor iedereen: heb je een vochtbeperking gekregen, volg die dan en overleg met je behandelaar voordat je extra gaat drinken.

Merk je vooral klachten na het eten? Thuisarts adviseert om niet te veel in één keer te eten, maar je maaltijden over de dag te verspreiden. Alcohol kan de bloeddruk verlagen, vooral bij opstaan; laat alcohol daarom achterwege als je merkt dat het je klachten verergert. Voeg niet op eigen initiatief zout toe en gebruik geen drop als behandeling. Thuisarts waarschuwt voor extra zout en dagelijks drop eten.

Kunnen medicijnen of ziekte een rol spelen?

Een lage bloeddruk kan samenhangen met medicijnen, vochtverlies, zwangerschap of een gezondheidsprobleem. Voorbeelden van middelen die de bloeddruk kunnen verlagen zijn plaspillen en medicijnen tegen hoge bloeddruk; ook andere geneesmiddelen kunnen een rol spelen. De apothekersinformatie van Apotheek.nl legt uit dat de apotheker met je kan meekijken naar veilig medicijngebruik en mogelijke bijwerkingen.

Stop niet zelf met een medicijn en verander de dosis of het innamemoment niet zonder overleg. Neem bij een afspraak een actueel overzicht mee van je medicijnen, inclusief middelen die je zonder recept gebruikt. Vertel wanneer je de klachten krijgt en of er onlangs iets is veranderd. De huisarts kan beoordelen of onderzoek of een aanpassing nodig is; soms is overleg met de apotheker daarbij nuttig.

Als je naast duizeligheid ook ziek bent en veel vocht verliest, kan dat extra aandacht vragen. Neem contact op met een zorgverlener als je je zorgen maakt, als je klachten toenemen of als drinken niet lukt. Volg bij een bestaande aandoening of vochtbeperking de persoonlijke afspraken die je met je behandelaar hebt gemaakt.

Wanneer bel je de huisarts of spoedhulp?

Maak een afspraak met je huisarts als je vaak erg duizelig bent, flauwvalt, wankel loopt of als de adviezen niet genoeg helpen. Bespreek het ook als je medicijnen gebruikt die de bloeddruk kunnen verlagen. Wacht niet af wanneer de klachten nieuw zijn en duidelijk erger worden, of wanneer je door duizeligheid niet veilig kunt lopen.

Bel direct de huisarts of huisartsen-spoedpost bij veel bloedverlies, zwarte ontlasting of als je langer dan 3 dagen blijft overgeven of diarree hebt. Dit zijn concrete alarmsignalen uit de informatie van Thuisarts. Bij bewusteloosheid of een acute, ernstige verslechtering is onmiddellijke hulp nodig; bel 112 als iemand niet goed aanspreekbaar is.

Een meting kan informatie geven, maar één getal stelt niet vast waarom je klachten hebt. Als je bloeddruk wilt controleren, volg dan de uitleg van een zorgverlener en bespreek de uitkomsten in samenhang met je klachten. Voor het verlagen van een hoge bloeddruk gelden andere adviezen; die zijn niet bedoeld als aanpak voor lage bloeddruk. Lees daarover alleen als dat onderwerp voor jou speelt bij gewoonten bij hoge bloeddruk.

Veelgestelde vragen

Is een bloeddruk van 90/60 altijd te laag?

Nee. Een waarde rond 90/60 kan voor iemand normaal zijn als diegene zich goed voelt. De waarde alleen vertelt dus niet altijd of er een probleem is. Klachten zoals duizeligheid, wazig zien of flauwvallen zijn reden om op te letten, zeker als ze nieuw zijn, vaak terugkomen of je dagelijkse bezigheden hinderen. Bespreek aanhoudende klachten met je huisarts.

Moet ik extra water drinken bij een lage bloeddruk?

Niet automatisch. Voldoende drinken kan belangrijk zijn als je vocht verliest door bijvoorbeeld diarree, overgeven, warm weer of veel zweten. Maar als een arts je heeft verteld dat je vocht moet beperken, bijvoorbeeld vanwege hart- of nierproblemen, volg dan die afspraak en vraag je arts wat in jouw situatie verstandig is. Neem bij twijfel contact op met je huisarts.

Kan ik mijn bloeddrukmedicijnen overslaan als ik duizelig ben?

Sla medicijnen niet op eigen initiatief over en verander de dosis niet zelf. Sommige middelen kunnen bijdragen aan een lage bloeddruk, maar ook de reden waarvoor je ze gebruikt telt mee. Noteer wanneer de klachten optreden en welke medicijnen je gebruikt, en bespreek dit met je huisarts of apotheker. Die kan met je bekijken of aanpassing nodig en veilig is.

Wanneer moet ik met lage bloeddruk naar de huisarts?

Neem contact op als je vaak of flink duizelig bent, flauwvalt, wankel loopt of ondanks rustige beweging klachten houdt. Bel direct de huisarts of huisartsen-spoedpost bij veel bloedverlies, zwarte ontlasting of aanhoudend overgeven of diarree. Bij een ernstige, plotselinge verslechtering of bewusteloosheid is spoedhulp nodig; bel 112 als iemand niet goed aanspreekbaar is.

Volgende winkel op de boulevardNr. 3Welzijn →